De Amerikaanse vloerbekledingsspecialist Interface is internationaal één van de bekendste voorbeelden van een bedrijf dat lessen uit de natuur in de bedrijfsvoering toepast en dat dus biomimicry als businesscase in de praktijk brengt.

De term biomimicry is niet nieuw. Al in 1997 dook hij op in het boek ‘Biomimicry, innovation inspired by nature’ van Janine Benyus. Er zijn tal van beproefde en geteste ideeën in de natuurlijke wereld die het bedrijfsleven kan toepassen, maar toch gaan nog heel weinig ondernemingen met biomimicry aan de slag en dan nog slechts sinds heel recent en met mondjesmaat.

Centraal in biomimicry staan: ‘ethos’, ‘(re)connect’ en ‘emulate’. Ethos heeft te maken met verantwoordelijkheidsgevoel, (re)connect benadrukt het feit dat mens en natuur met elkaar zijn verweven en emulate betekent dat het toepassen van biomimicry verder gaat dan het kopiëren van biologische fenomenen.

Het vraagt om een proactieve aanpak met als onderliggende visie dat de mens op een duurzame manier in het leven op aarde past. Bij bedrijven zoals Interface, die de principes van biomimicry toepassen, klinkt het dat het van belang is om als mensheid onze mindset te veranderen. Dat we van ego naar eco moeten gaan. Dat we niet blijven overheersen als mensheid, maar dat we zien hoe wij onderdeel zijn van de biodiversiteit en dat we daarin een en ander te doen en te laten hebben. Wie niet op de juiste manier en met de juiste intentie leert van de natuur blijft de aarde uitputten.

Interface startte jaren geleden al met ‘Mission Zero’ en gaat nu verder met een vervolgmissie: ‘Climate Take Back’. Met deze vervolgmissie wil Interface bijdragen aan het terugdraaien van de opwarming van de aarde. In 2040 wil het bedrijf volledig klimaatpositief opereren. Dat betekent dat het bedrijf tegen die tijd meer koolstofdioxide vermijdt en uit de lucht haalt dan dat het er met haar activiteiten inbrengt. Op die manier wordt het bedrijf CO2-negatief of dus klimaatpositief. Het bedrijf wil dat doel bereiken vanuit verschillende invalshoeken. Bijvoorbeeld door onder meer oude taptijttegels, visnetten en planten te gebruiken als grondstof voor nieuwe tapijttegels. Door zich af te vragen hoe de natuur zaken lijmt, kon Interface ook een lijmvrij installatiesysteem in gebruik nemen voor tapijttegels.

In eerste instantie kwam Interface uit bij de gekko. Deze hagedis is door zijn speciaal gevormde pootjes in staat om zich op allerlei vlakken goed vast te houden. Zo kan hij zonder moeite ondersteboven op glas klimmen. Het imiteren van de gekko-techniek bleek kostbaar en ingewikkeld. Maar door ook te kijken naar de zwaartekracht lag de researchafdeling van Interface aan de basis van een techniek om de tapijttegels niet aan de grond, maar aan elkaar te bevestigen. Door het gezamenlijke gewicht blijft het tapijt goed op zijn plek. Deze methode vermindert de ecologische impact met 90 procent ten opzichte van de vastlijm-methode. Verschillende tapijttegelfabrikanten volgden inmiddels al het voorbeeld.

Meer info: www.interface.com